Hofstee


 Levensbeschrijving

Franciscus  Wilhelmus Hofstee (Deventer, 9 augustus 1857 - Bussum, 26 december 1925) studeerde theologie en werd op 15 augustus 1883 tot priester gewijd. De 31ste december 1884 benoemde men hem tot assistent in Baarn. Ruim twee jaar later, de 29ste april 1887, volgde zijn aanstelling als assistent in Zeist. 

Achtereenvolgens was Hofstee vervolgens actief als kapelaan (28 november 1891) in Laren en als rector (14 september 1894) van het Pensionaat  MariĆ«nburg (voor jonge dames) in Bussum. Daar was hij belast met de zielzorg van de Eerwaarde Zusters en leerlingen van het pensionaat. 

Op die plaats vierde hij in 1923 ook zijn veertigjarig priesterschap. Hij was zeer geliefd, zowel bij jonge Katholieke vrouwen als bij de Eerwaarde Zusters van het Pensionaat. 

Hofstee overleed in december 1925, door pastoor Beumer voorzien van de H.H. Sacramenten der Stervenden, op 68-jarige leeftijd in Bussum. Hij was al langere tijd ziek. Toch droeg hij op beide Kerstdagen nog de H.H. Missen op. In de namiddag van Tweede Kerstdag kreeg hij echter een hartaanval, die hem na enige uren het leven kostte. 

De uitvaartdienst van Hofstee vond plaats in de St. Vituskerk. Aansluitend werd hij begraven op de R.K. Begraafplaats St. Vitus